2011     DIGITALE OVERHEID     2017

 

BELEID EN DOELSTELLINGEN

 

AANBEVELINGEN EN ADVIES

 

Voorzieningen, toepassingen en maatregelen ter uitvoering van de beleidsdoelstellingen digitale overheid met de adviezen en aanbevelingen die over de GDI zijn uitgebracht

 

DE INDEX DIGIPEDIA

 

GEMEENSCHAPPELIJKE DIGITALE INFRASTRUCTUUR
 GDI

 

14-06-2018 ms

  1.        HERKENNEN

 

 

 

 

 

  1.  1    DigiD

 

 

  1.  2    DigiD Machtigen

 

 

  1.  3    eID

 

 

  1.  4    Idensys

 

 

  1.  5    RDA

 

 

  1.  6    Bankenmiddel

 

 

  1.  7    eHerkenning

 

 

  1.  8    Machtigingsregister

 

 

  1.  9    Bevoegdhedenregister

 

 

  1.10    Burgerservicenummer

 

 

  1.11    PKI Overheid

 

 

  1.12    Eidas

 

 

  1.13   

 

 

  2.             DIENSTVERLENING

 

 

 

 

 

  2.  1    Account MijnOverheid

 

 

  2.  2    Berichtenbox MijnOverheid

 

 

  2.  3    Gemachtigde Mijnoverheid

 

 

  2.  4    Overlijden Mijnoverheid

 

 

  2.  5    Lopende Zaken MijnOverheid

 

 

  2.  6    Inzage en correctierecht

 

 

  2.  7    Berichtenbox Bedrijven

 

 

  2.  8    Ondernemersdossier

 

 

  2.  9    Eenmalige gegevensaanlevering

 

 

  2.10    SBR

 

 

  2.11    Elektronisch factureren

 

 

  2.12    DigiInkoop

 

 

  2.13    Inspectieview

 

 

  2.14    Digitaal kluisje

 

 

  2.15    Overheid.nl

 

 

  2.16    Ondernemersplein

 

 

  2.17    Officiële bekendmakingen

 

 

  2.18    Webrichtlijnen

 

 

  2.19    Regelhulp

 

 

  2.20   

 

 

  3.       GEGEVENS

 

 

 

 

 

  3.  1    Stelsel van basisregistraties

 

 

  3.  2    Digimelding

 

 

  3.  3    Digilevering

 

 

  3.  4    Eenmalige gegevensaanlevering

 

 

  3.  5    Stelselcatalogus

 

 

  3.  6    Open data

 

 

  3.  7    E-depot

 

 

  3.  8    Digikoppeling

 

 

  4.       VERBINDINGEN

 

 

 

 

 

  4.  1    Standaarden

 

 

  4.  2    Diginetwerk

 

 

  4.  3    Koppelvlakken

 

 

  4.  4    Europese koppelingen

 

 

  4.  5    NORA

 

 

  4.  6    Samenwerkende Catalogi

 

 

  4.  7   

 

 

  5.       BEVEILIGING, PRIVACY EN FRAUDEBESTRIJDING

 

 

 

 

 

  5.  1    Beveiliging

 

 

  5.  2    Vitale infrastructuur

 

 

  5.  3   

 

 

  6.       BESTUUR

 

 

 

 

 

  6.  1    Governance

 

 

  6.  2    Toezicht en handhaving

 

 

  6.  3    Leges

 

 

  6.  4   

 

 

  7.       FINANCIERING

 

 

 

 

 

  7.  1    Financiering

 

 

  7.  2   

 

 

     

  NAARINDEX

 

 

 

 

 

 

 

  BELEID EN DOELSTELLINGEN

 

 

 

  RIJKSBELEID

 

 

 

  REGEERAKKOORD

 

 

 

 

 

 

   Regeerakkoord Rutte II - Bruggen slaan

REGER 29-10-2012

 

De dienstverlening door overheden moet beter. Bedrijven en burgers kunnen uiterlijk in 2017 zaken die ze met de overheid doen - zoals het aanvragen van een vergunning - digitaal afhandelen. Er komt een eenmalige gegevensuitvraag voor ondernemers die gebruik maken van het Ondernemingsdossier om bedrijfsgegevens uit te wisselen met de overheid

Er komen tien publiek-private doorbraakprojecten, ondermeer gericht op het vergroten van het gebruik en de kennis van ICT door het midden- en kleinbedrijf, in de topsectoren en in sectoren als onderwijs en zorg.

 

     

   LINKDOCUMENT

 

 

Achtergronden van regeerakkoord Rutte II kunnen worden gevonden in:

 

 

   Brede heroverwegingen

REGER 01-04-2010

 

5.3.5 ICT: centrale standaarden voor infrastructuur

De noodzakelijke infrastructuur voor een moderne, digitale overheidsdienstverlening kan centraal worden bepaald. Hierbij gaat het om het dwingend opleggen bij alle overheden van het gebruik van standaarden, gemeenschappelijke voorzieningen en de basisregistraties, om zo te komen tot een standaard ‘digitaal wegenverkeersreglement’. Voor alle overheden en uitvoeringsorganisaties worden dezelfde standaarden en randvoorwaarden voor het gebruik van digitale voorzieningen vastgelegd. Door de informatie op gestandaardiseerde wijze te ordenen in één generieke infrastructuur zijn hergebruik, automatische toepassingen en kwaliteitsverbetering binnen de publieke sector mogelijk. Hiermee kunnen zeer grote besparingen worden gerealiseerd, vooral ook wanneer niet alleen technische standaardisatie, maar ook organisatorische standaardisatie plaatsvindt. Voor het berekenen van de besparingen wordt door BZK een ‘baten-onderzoek E-overheid’ uitgevoerd waarbij onder andere de financiële als de maatschappelijke baten van een verdere ontwikkeling van standaardisaties in kaart worden gebracht. De resultaten worden rond de zomer van 2010 verwacht.

 

     

  LINKDOCUMENT

 

 

 

   Regeerakkoord Rutte III

REGER 10-10-2017

 

Het kabinet hecht eraan dat de overheid transparant en open is. Er is een initiatiefvoorstel Open Overheid aanhangig. Er wordt onderzocht hoe de verruiming van openheid gestalte kan krijgen zonder hoge kosten voor de organisatie en uitvoering. Het kabinet treedt daartoe in overleg met de initiatiefnemers.De overheid beschikt over veel algemene, openbare informatie. Deze data worden goed vindbaar en toegankelijk gemaakt, in de vorm van open data.

Het kabinet ontwikkelt een ambitieuze, brede agenda voor de verdere digitalisering van het openbaar bestuur op verschillende niveaus. Onderdeel van de agenda wordt dat het Rijk voortvarender dan voorheen beslist welke producten en diensten zij zelf ontwikkelt en welke zij door marktpartijen laat ontwikkelen. Bij nieuwe initiatieven wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van opgedane ervaringen met vergelijkbare projecten. Om falende ICT-projecten en verspilling van belastinggeld te voorkomen worden grote ICT-projecten standaard getoetst door het Bureau ICT-Toetsing (BIT).

Overheidscommunicatie die nu nog fysiek plaatsvindt, moet in de toekomst ook digitaal kunnen: veilig, snel en goedkoop. De elektronische dienstverlening via mijnoverheid.nl wordt verbeterd. De dienstverlening wordt meer servicegericht, er komt een machtigingsfunctie en mijnoverheid.nl wordt in staat gesteld om pushberichten te versturen om proactief te waarschuwen. Mensen die niet elektronisch kunnen communiceren moeten dat ook op een andere manier kunnen blijven doen. Daarom blijft er een keuzemogelijkheid om per post met de overheid te communiceren.

De Basisregistratie Personen (BRP) wordt gemoderniseerd en zal de email-adressen van burgers bevatten. Gegevens van burgers in basisadministraties en andere privacygevoelige informatie wordt altijd versleuteld opgeslagen en de DigiD wordt veiliger gemaakt.

Ter bevordering van de privacy wordt de eigen regie op persoonsgegevens vergroot. Gebruikers van overheidsdiensten krijgen de mogelijkheid zelf maatschappelijk relevante instanties en organisaties aan te wijzen waaraan een beperkt aantal persoonsgegevens automatisch kan worden verstrekt. Voor kerkelijke organisaties gaat, om onoverkomelijke uitvoeringsproblemen te voorkomen een overgangsregeling gelden. Wie nu geregistreerd staat kan kiezen voor een opt-out. Nieuwe inschrijvingen vallen onder de nieuwe regels.

 

     

   LINKDOCUMENT

 

 

     

  NAARINDEX

 

 

 

 

 

 

   RIJKSBELEID

 

 

  iNUP

 

 

 

 

 

 

   Nationaal Uitvoeringsprogramma e-Overheid NUP

NUPEO  01-12-2008

 

Behorende bij de verklaring d.d. 1 december 2008 vastgesteld bij gelegenheid van het Bestuurlijk Overleg van rijk, provincies, gemeenten en waterschappen over de realisatie van het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid.

 

Burger en bedrijf centraal

 

Het NUP is een dynamisch programma: basisvoorzieningen die gereed en in gebruik zijn, kunnen uit het NUP gaan en (op termijn) kunnen nieuwe projecten kunnen aan het NUP worden toegevoegd. Dat geldt zowel voor de basisvoorzieningen uit de basisinfrastructuur als de voorbeeldprojecten.

Het NUP is naar zijn aard een afgebakend programma. Uitgangspunten zijn ten aanzien van basisinfrastructuur:

    Generiek: de voorziening is in meerdere sectoren toepasbaar / herbruikbaar

    Noodzakelijk: de voorziening is noodzakelijk om de verbetering van de dienstverlening of de handhaving mogelijk te maken

    T.b.v. communicatie: de voorziening is nodig om communicatie tussen burger / bedrijf en dienstverleners of tussen dienstverleners onderling mogelijk te maken

    Doelmatig: de toegevoegde waarde en/of de noodzaak (voor dienstverlening, financieel, juridisch, technisch of anderszins) is voor alle partijen evident

 

In het NUP wordt een keuze gemaakt voor een randvoorwaardelijke, verplicht te gebruiken basisinfrastructuur voor de e‑overheid door de basisvoorzieningen te benoemen die daar onderdeel van uitmaken. De aangewezen basisvoorzieningen zijn voorzieningen waarvan het gebruik voor alle bestuursorganen voor eind 2010 moeten worden gerealiseerd of het zijn voorzieningen die als essentiële bouwstenen kunnen worden aangemerkt door andere basisvoorzieningen of projecten die voor eind 2010 als focus zijn aangemerkt.

 

Met de akkoordverklaring en de uitwerking in het NUP wordt, in aanvulling op datgene wat in 2006 in de “Verklaring” is afgesproken, bepaald welke basisvoorzieningen onderdeel uitmaken van de gezamenlijke basisinfrastructuur e-overheid en wordt focus aangebracht in de bestaande projecten. Om daarbij het perspectief van burgers en bedrijven leidend te maken, gaan wij uit van het volgende toekomstbeeld

● de overheid is transparant: informatie over rechten en plichten is eenduidig, begrijpelijk en goed vindbaar, 

éénmalige gegevensverstrekking: Informatie die bij de overheid bekend is, wordt niet meer gevraagd en hoeft niet meer te worden verstrekt, 

● niemand wordt meer 'van het kastje naar de muur' gestuurd: informatie wordt overheidsbreed gedeeld en gebruikt, 

● vermindering van administratieve lasten: afhandeling van transacties is zo eenvoudig, zo inzichtelijk ('tracking & tracing') en zo goedkoop mogelijk, 

● alle kanalen open (meervoudig toegankelijk): burgers, bedrijven en instellingen maken zelf uit langs welk contactkanaal zij de overheid benaderen en 

● de héle overheid stelt gemeenten in staat voor de burgers, de “poort” tot de overheid te zijn.

 

Gezamenlijke basisinfrastructuur e-overheid

 

Voor een samenhangende en effectieve e-overheid is het noodzakelijk een beperkt aantal voorzieningen eenmaal te ontwikkelen, te bouwen en te implementeren. Dat bespaart (veel) geld, schept mogelijkheden om daar waar nodig en nuttig bedrijfsvoering te koppelen, en het bevordert standaardisatie. Het is het fundament waar voor de publieksgerichte dienstverlening op gebouwd kan worden. Dat samenstel moet echter onderling en in de relatie met de front office voorzieningen een inhoudelijk en organisatorisch samenstel vormen, waarvan het resultaat meer is dan de som der delen. Daarvoor is een architectuur (waarin opgenomen de toe te passen open standaarden) nodig, die de uitgangspunten voor de vormgeving van de e-overheids dienstverlening en de daarvoor te ontwikkelen basisinfrastructuur beschrijft.

 

De aangewezen basisvoorzieningen zijn voorzieningen waarvan het gebruik voor alle bestuursorganen voor eind 2010 moeten worden gerealiseerd of het zijn voorzieningen die als essentiële bouwstenen kunnen worden aangemerkt voor andere basisvoorzieningen of projecten die voor eind 2010 als focus zijn aangemerkt.

 

Voor de realisatie van het totale NUP zijn de aangewezen basisvoorzieningen essentieel. In het NUP wordt een keuze gemaakt voor een randvoorwaardelijke, verplicht te gebruiken basisinfrastructuur voor de e-overheid door de basisvoorzieningen te benoemen die daar onderdeel van uitmaken. 

 

De basisvoorzieningen die nu dus als prioriteit worden aangemerkt zijn weergegeven in onderstaande tabel.

 

 Basisinfrastructuur e-overheid

 

 E-toegang

 

        1. Webrichtlijnen

 

        2. Samenwerkende catalogi (onderdeel overheid heeft antwoord)

 

        3. Antwoord voor Bedrijven

 

        4. MijnOverheid.nl

 

        5. Overheid heeft Antwoord

 

 E-authenticatie

 

        6. DigiD burger 

 

        7. Gemeenschappelijke machtigings- en vertegenwoordigingsvoorziening (GMV)

 

        6. DigiD burger

 

        7. Gemeenschappelijke machtigings- en vertegenwoordigingsvoorziening (GMV)

 

        8. DigiD bedrijven

 

 Nummers

 

        9. Burger Service Nummer (BSN)

 

 Basisregistraties

 

        10. Gemeentelijke Basisregistratie Personen (GBA)

 

        11. Registratie Niet Ingezetenen (RNI)

 

        12. Nieuw Handelsregister (NHR)

 

        13. Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)

 

        14. Topografie

 

        15. Kadaster

 

        16. Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT ook bekend als Grootschalige Basiskaart Nederland)

 

 E-informatieuitwisseling

 

        17. Overheidsservicebus (OSB)

 

        18. Terugmeldfaciliteit (TMF)

 

        19. Gemeenschappelijke ontsluiting basisregistraties (GOB)

 

 

De ruggengraat van de architectuur van de e-overheid wordt gevormd door de Nederlandse overheidsreferentie-architectuur (de NORA). Met het uitbrengen van de NORA is een door alle partijen erkende overheidsarchitectuur van de e-overheid tot stand gekomen. Overheidsorganisaties kunnen met de NORA de ontwikkeling binnen hun eigen organisatie afstemmen. Door zich te houden aan de ontwerpprincipes en daaruit voortvloeiende standaarden, voldoen oplossingen aan eisen t.a.v. samenhang en standaardisatie.

De NORA is leidend voor alle sectoren. Sectorspecifieke architecturen (bv MARIJ voor de rijkssector, GEMMA voor de gemeenten) worden van NORA afgeleid.

 

Open standaarden zijn de norm Kabinetsdoelen als „aanval op schooluitval‟, „kansen voor kinderen‟ en „veiligheid begint bij voorkomen‟ zijn niet meer door één ministerie, gemeente of agentschap te realiseren. Dit kan alleen door onderling goed samen te werken. Daarvoor is het noodzakelijk dat overheidsorganisaties over en weer elkaars gegevens kunnen inzien op een betrouwbare en veilige manier. ICT helpt daarbij. Maar dat lukt pas echt als vergaande afspraken gemaakt worden over de te gebruiken technische hulpmiddelen en de betekenis van begrippen. Die afspraken worden vastgelegd in (inter)nationale standaarden. Standaarden zijn dus essentieel voor het halen van de kabinetsdoelstellingen, de gegevensuitwisseling tussen overheidsorganisaties onderling en tussen overheidsorganisaties en burgers en bedrijven (interoperabiliteit), het verminderen van leveranciersafhankelijkheid, flexibele ICT-systemen en duurzame gegevensopslag. Dit speelt ook bij de ICT-inzet voor betere overheidsdienstverlening en het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken, waaronder het verminderen van administratieve lasten en regeldruk voor burgers en bedrijven. Kenmerk van open standaarden is dat er geen barrières zijn op het gebruik van standaarden. Bovendien wordt het gebruik van zogenaamde open source software krachtig bevorderd door het hebben van open standaarden. 

 

Uitgangspunt van het kabinetsbeleid (actieplan Nederland Open in Verbinding) is dat overheden gebruik maken van open ICT-standaarden en daarvoor verantwoording moeten kunnen afleggen volgens het principe “pas-toe-of-leg-uit”. Voor het rijk en de uitvoeringsorganisaties die onder de desbetreffende ministeriële verantwoordelijkheden vallen, is de werkwijze “pas-toe-of-leg-uit” vastgelegd in een rijksbrede werkinstructie (is ter notificatie aangeboden aan de Europese Commissie en wordt na de zomer gepubliceerd in de Staatscourant). Voor provincies, gemeenten en waterschappen is het belang van het principe “pas-toe-of-leg-uit” vastgelegd in bestuursakkoorden over de gezamenlijke aanpak van maatschappelijke problemen, die zijn gesloten tussen rijk en gemeenten (juni 2007) en rijk en provincies (juni 2008). De lijst met open standaarden waarvoor dit principe geldt, wordt vastgesteld door het College Standaardisatie.

 

Als verdere uitwerking van het actieplan Nederland Open in Verbinding en de genoemde bestuursakkoorden heeft de Regiegroep Dienstverlening en e-Overheid (juni 2008) een uitvoeringsagenda opgesteld voor open standaarden en open source software. Gemeenten, provincies, waterschappen en rijksdiensten zullen zoveel mogelijk gebruik maken van open standaarden. Is het niet te vermijden om gesloten standaarden te gebruiken, dan wordt dit uitgelegd in het jaarverslag van de desbetreffende organisatie. Open source software moet bij aanbestedingen dezelfde kans krijgen als software van commerciële softwareproducenten. De standaardcontracten zullen door de organisatie die ze heeft opgesteld worden gescreend om eventuele discriminerende bepalingen voor open standaarden en open source software te schrappen

 

Het doel van het actieplan valt als volgt samen te vatten:

1. Overheden maken als onderdeel van hun ICT-strategie uitsluitend gebruik van open standaarden voor communicatie met andere overheden, burgers en bedrijven, tenzij het niet anders kan. In dat laatste geval moeten ze uitleggen waarom ze geen gebruik maken van open standaarden. Dit principe wordt “pastoe-of-leg-uit” genoemd. In 2009 zal 75 procent van de gemeenten, provincies en waterschappen een expliciet beleid voor open standaarden hebben gedefinieerd

2. Mede-overheden kunnen vanaf 1 januari 2009, naast de bestaande formaten die zij al hanteren, ook bestanden lezen en schrijven in het Open Document Format (ODF).

3. Softwareaanbestedingen zijn leveranciersneutraal, open source software wordt niet bij voorbaat uitgesloten van de aanbesteding, ook niet als bijvoorbeeld conversiekosten een rol spelen. Dit is een eis die voortvloeit uit de aanbestedingsrichtlijn van de EU.

 

Voor standaardisatievraagstukken met een publiek belang is in 2006 het College Standaardisatie ingesteld, dat valt onder de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van EZ in afstemming met de Staatssecretaris van BZK. In het College Standaardisatie nemen topambtenaren deel van het rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, grote uitvoeringsorganisaties en inspectiediensten. De leden van het College hebben samen afgesproken dat ze besluiten van het College in hun eigen organisatie zullen implementeren. Daarnaast hebben ze afgesproken elkaar te zullen aanspreken op het nakomen van gemaakte afspraken. Elk lid van het College zorgt er dus voor dat zijn ministerie of organisatie op de hoogte is van de beslissingen van het College en dat die ook uitgevoerd worden. Hiermee is een zekere doorzettingsmacht op standaardisatiegebied geborgd. Het College Standaardisatie wordt geadviseerd door het Forum Standaardisatie (denktank) met deskundigen uit de overheid en het bedrijfsleven, in samenwerking met (domein)experts. 

 

Eén van de taken van het College Standaardisatie is het vaststellen en bekrachtigen van een lijst met open standaarden, waar het principe “pas-toe-of-leg-uit” op van toepassing is. In maart 2008 is een initiële lijst met 10 standaarden gepubliceerd om overheidsbreed te gebruiken.

 

In het kader van het NUP wordt met betrekking tot open standaarden afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten:

Koepelorganisaties en Rijk lichten alle modelverordeningen, inkoopcontracten en standaardcontracten op het gebied van ICT en aanbestedingen door. Waar nodig worden inkoopcontracten of standaardcontracten ontworpen. Doel hiervan is dat contracten geen bepalingen die verwijzen naar gesloten standaarden bevatten, tenzij dit wettelijk is voorgeschreven. De modelovereenkomsten van de koepelorganisaties en rijk zullen hiermee voldoen aan de eisen die gesteld worden vanuit het actieplan.

● Koepelorganisaties vragen leden mee te werken aan het principe van “pas-toe-of-leg-uit en committeer je hier aan”. Indien leden niet kunnen voldoen aan de verplichting om open standaarden te gebruiken kunnen ze hiervan afwijken indien afwijkingen gemotiveerd worden vastgelegd in hun administratie, en dat over de mate van naleving van “pas-toe-of-leg-uit‟ verantwoording wordt afgelegd in de toelichting bij het jaarverslag bij de informatie over de bedrijfsvoering. Deze manier van rapporteren sluit aan op bestaande controlcycli en -procedures.

● Leden richten een beleid in op het gebied van open standaarden. In 2009 heeft 75% van de leden een beleid op het gebied van open standaarden. Het Rijk zal samen met de koepelorganisaties leden stimuleren een beleid op te stellen voor open standaarden. Het Rijk, stelt samen met de koepelorganisaties, een modelverklaring voor open standaarden op die bestuurders kunnen indienen bij hun volksvertegenwoordiging. De leden zijn per 1 januari 2009 in staat documenten in ODF te lezen en op te slaan, conform het actieplan. Indien hiervan afgeweken wordt, dient dit geregistreerd te worden conform het „pas-toe-of-leg-uit‟ principe. Het programmabureau NOiV kan hierbij ondersteuning verlenen aan de leden.

● Koepelorganisaties dragen dit beleid uit. De koepelorganisaties dragen actief het belang uit van open standaarden aan de leden. Leden die vragen hebben over open standaarden worden zonodig doorverwezen naar het programmabureau NOiV. Koepelorganisaties en het Rijk zullen organisaties die op dit gebied uitvoerend zijn, bijvoorbeeld Kenniscentrum, eGem, i-teams, waterschapshuis en GBO-provincies vragen de principes op het gebied van open standaarden uit te dragen. 

● Het Rijk ondersteunt de acties van de koepelorganisaties bij de leden.

 

In het kader van het NUP wordt met betrekking tot open source software afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten:

 

● Koepelorganisaties en rijk lichten alle modelverordeningen, inkoopcontracten en standaardcontracten op het gebied van ICT en aanbestedingen door. Waar nodig worden inkoopcontracten of standaardcontracten ontworpen. Doel hiervan is dat contracten geen bepalingen bevatten die bepaalde software zou bevoordelen. De modelovereenkomsten van de koepelorganisaties en rijk zullen hiermee voldoen aan de eisen voldoen die gesteld worden vanuit het actieplan.

● Leden richten een beleid in op het gebied van open source software. In 2009 heeft 75% van de leden een beleid op het gebied van open source software. Het Rijk zal samen met de koepelorganisaties leden stimuleren een beleid op te stellen voor open source software, met inachtneming met de benodigde informatiebeveiliging. Het Rijk, stelt samen met de koepelorganisaties, een modelverklaring voor open source software op die bestuurders kunnen indienen bij de volksvertegenwoordiging.

Koepelorganisaties dragen dit beleid uit. De koepelorganisaties zullen open source software niet actief stimuleren, maar het belang dat zij en het kabinet eraan hechten zullen kenbaar worden gemaakt aan de leden. Leden die vragen hebben over open source software worden doorverwezen naar het programmabureau NOiV. Koepelorganisaties en het Rijk zullen organisaties die op dit terrein uitvoerend zijn, bijvoorbeeld Kenniscentrum, eGem, i-teams, waterschapshuis en GBO-provincies vragen de principes op het gebied van open source software uit te dragen. Het Rijk ondersteunt de acties van de koepelorganisaties bij de leden.

 

In het kader van het NUP wordt met betrekking tot standaards afgesproken dat:

● Gemeenten, provincies en waterschappen gaan wenselijke standaarden aan het College Standaardisatie voordragen voor opname op de lijst met kandidaat-standaarden;

● Het Rijk zal onderzoeken of en hoe een wettelijke voorziening kan worden gecreëerd waarmee standaarden die bestuurlijk belangrijk worden geacht, algemeen verbindend worden gesteld voor de gehele overheid. Bijvoorbeeld: het overheidsbrede gebruik van DgiD-burger: in de praktijk blijkt dat deze toch niet overal binnen de afgesproken termijnen wordt ingevoerd. Met een algemeen verbindend verklaring wordt voorkomen dat per standaard alsnog een apart wetgevingstraject moet worden gevolgd. In het onderzoek zal worden gekeken in welke gevallen het gebruik van een dergelijke mogelijkheid meerwaarde heeft én worden gekeken met welke waarborgen het gebruik van deze voorziening moet worden omkleed (zoals bijvoorbeeld instemming van de partners in de bestuurlijke Regiegroep).Voor standaarden die zijn opgenomen in specifieke wetgeving, zoals de standaarden voor basisregistraties, geldt dit uiteraard niet.

 

In de toekomst zal de elektronische communicatie met de burger verder toenemen.  In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein:

● Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen maken kenbaar op welke wijze en voor welke procedures/diensten zij via de elektronische weg bereikbaar zijn en publiceren dit op hun website.

 

Aan het gebruik van disclaimers op overheidswebsites zijn vanuit een dienstverleningsoogpunt verschillende nadelen verbonden. Het is niet klantgericht, niet redelijk en vaak feitelijk onjuist. In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein:

● Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen gebruiken geen disclaimers op overheidswebsites en in hun e-mailverkeer. 

● In plaats daarvan maken zij duidelijk, aan welke normen m.b.t. actualiteit, volledigheid en betrouwbaarheid de aangeboden informatie voldoet en op welke wijze de informatie moet worden gebruikt.

 

Alle nieuwe overheidswebsites voldoen na tekening van het NUP aan de webrichtlijnen. Alle bestaande overheidswebsites voor eind 2010. In het kader van de NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein:

● Alle overheidsinstanties zorgen dat nieuwe websites voldoen aan de webrichtlijnen en dat alle bestaande websites worden aangepast aan de webrichtlijnen. 

 

Door de koppeling van internetloketten vinden burgers en ondernemers altijd de gewenste producten en diensten, onafhankelijk van de website waarop ze hun zoektocht naar informatie starten. Aansluiting op Samenwerkende Catalogi betekent voor gemeenten, provincies en waterschappen dat zij een eigen productencatalogus beheren waarin alle eigen producten en diensten zijn beschreven. Deze beschrijvingen worden volgens de standaard van Overheid heeft Antwoord elektronisch ter beschikking gesteld aan andere overheden. Zij bieden op hun website een zoekfunctie aan waarmee producten van andere overheden kunnen worden gevonden. Het Rijk ontsluit de eigen producten en diensten volgens de standaard, beheert de standaard en beheert een centrale zoekmachine waarvan alle overheden gebruik kunnen maken. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen dragen de kosten van het beheer van de eigen productencatalogus en van de aansluiting op samenwerkende catalogi Het rijk draagt de kosten van het onderhoud van de standaard samenwerkende catalogi en van een centrale zoekmachine.

 

In het kader van de NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein:

● Alle gemeenten, provincies en waterschappen maken gebruik van de standaard Samenwerkende Catalogi. Omdat de aansluiting op samenwerkende catalogi noodzakelijk is om aan de Dienstenrichtlijn te voldoen dient deze aansluiting uiterlijk 28-12-2009 plaats te vinden.

 

Eén portaal brengt de hele overheid voor ondernemers in kaart t.a.v. regelgeving, vergunningen en rijkssubsidies met als doel het verbeteren van de elektronische dienstverlening van overheidsorganisaties aan ondernemers door het vraaggericht ontsluiten van informatie en diensten. Op deze wijze wordt ook gewerkt aan vermindering van de administratieve lasten van bedrijven.

 

Op 1 januari 2008 is de website www.antwoordvoorbedrijven.nl van start gegaan. De naam “Bedrijvenloket” is vervangen door “Antwoord voor Bedrijven”. Deze site zal de mogelijkheid gaan bieden om gegevens uit te wisselen en transacties met de overheid uit te voeren, zoals het aanvragen van vergunningen en subsidies. In een afgeschermd deel wordt hiervoor in 2008 het fundament voor een gepersonaliseerd deel (MijnOverheid zal ook als naam gebruikt worden voor het persoonlijk domein van bedrijven) gelegd.

 

Antwoord voor bedrijven werkt nauw samen met de programmas eFormulieren en mijnOverheid.nl. De standaard om aan te sluiten op Antwoord voor Bedrijven is Samenwerkende Catalogi.

 

Door het aansluiten van alle relevante rijksoverheidsorganisaties, gemeenten, provincies en waterschappen, zal alle overheidsinformatie over wet- en regelgeving via de website www.Antwoordvoorbedrijven.nl beschikbaar zijn voor ondernemers.

In dit kader ontwikkelt Antwoord voor bedrijven een berichtenbox voor het berichtenverkeer tussen die dienstverlener en de bevoegde instantie, in nauwe samenwerking met het programma MijnOverheid.

In het kader van de NUP wordt bevestigd dat:

● de rijksoverheidsdiensten, gemeenten, provincies en waterschappen zorgen ervoor dat zij voor 28-12-2009 conform de dienstenrichtlijn/dienstenwet relevante informatie en af te wikkelen procedures en formaliteiten hebben ontsloten via Antwoord voor Bedrijven.

● Voor medio 2009 is in overleg met overheidsorganisaties en in nauwe samenwerking met MijnOverheid een gedetailleerder planning opgesteld voor aansluiting van dienstaanbieders op het gepersonaliseerde deel voor ondernemers.

● Overheidsorganisaties met gepersonaliseerde webfunctionaliteiten, stellen deze vóór eind 2010 beschikbaar via Mijnantwoordvoorbedrijven.nl.

 

Het op gepersonaliseerde wijze via internet zaken doen en informatie uitwisselen met de gehele overheid, op elk gewenst moment en op elke gewenste plek, zo snel en zo goedkoop mogelijk met zo weinig mogelijk administratieve last. Bijvoorbeeld om een kap- of bouwvergunning aan te vragen, belastingaangifte te doen of een uitkering aan te vragen. Voor overheidsorganisaties betekent aansluiten op MijnOverheid.nl vooral dat hun diensten makkelijker te vinden zijn. Daarnaast dat gebruikers van de voorziening hebben kunnen nagaan hoe ze in diverse registraties van de overheid geregistreerd staan. Maar ook dat overheidsorganisaties afspraken kunnen maken met burgers over maatwerk dienstverlening, bijvoorbeeld over het afhalen van een paspoort. Tenslotte kunnen  overheidsorganisaties makkelijker berichten sturen naar een specifieke burgers. Bv over de aanleg van een speeltuin in de wijk.

 

In april 2008 is MijnOverheid.nl in een eerste versie live gegaan. MijnOverheid.nl is daartoe eerst getest door enkele organisaties en 200 gebruikers. Persoonlijke toegang tot MijnOverheid.nl krijgt de gebruiker met DigiD. In 2008 zullen geleidelijk steeds meer overheidsdienstaanbieders aangesloten worden en zal het aantal gebruikers kunnen groeien. Inzage in persoonlijke gegevens bij kadaster, RDW (voertuigen) en het domein van werk en inkomen zullen worden toegevoegd. Parallel zal in twee nieuwe versies de functionaliteit van Mijn.Overheid.nl verder worden verbeterd en ook aangevuld met nieuwe opties. De functionaliteit wordt de komende jaren stapsgewijs uitgebreid, waarbij wordt vastgehouden aan 4 releases per jaar.

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken:

● Voor eind 2008 is in overleg met dienstaanbieders een gedetailleerder planning opgesteld voor aansluiting van dienstaanbieders op MijnOverheid.nl.

● Overheidsorganisaties met gepersonaliseerde webfunctionaliteiten, stellen deze vóór eind 2010 beschikbaar via MijnOverheid.nl

 

Antwoord© is de herkenbare benaming van het meervoudige dienstverlenings- concept van BZK, AZ, VNG en de Vereniging Directeuren Publieksdiensten. (VDP) dat gemeenten helpt de contacten met burgers professioneler af te handelen. Het Klantcontactcentrum (KCC) is het gemeentelijke organisatieonderdeel dat de fysieke, telefonische, papieren en elektronische contacten met de burger gaat aannemen en mogelijk direct kan afhandelen.

 

Voor nagenoeg alle vragen en transacties kunnen burgers in de toekomst terecht aan de balie in een gemeentehuis, op internet of door te bellen met het Antwoord© KCC in hun gemeente. De invoering van Antwoord© is een belangrijke stap in het creëren van één uniforme transparante overheid die de burger centraal stelt. Burgers en bedrijven kunnen naar de website van de gemeente surfen, via een 14+netnummer met hun gemeenten bellen of langs gaan bij de fysieke balie in het gemeentehuis. Welk kanaal iemand ook kiest, de informatie die hij krijgt is altijd hetzelfde.

 

Gemeenten zijn een logisch aanspreekpunt voor burgers en vaak voor bedrijven. Daarom streven gemeenten ernaar om op elke vraag van de burger of bedrijven, een antwoord te geven: gemeente heeft antwoord. Samen met het Rijk, provincies en waterschappen streven we naar een situatie waarin gemeente namens de gehele overheid Antwoord© heeft. In een groeimodel in “het rode boekje: Gemeente heeft antwoord” wordt deze situatie beschreven. Burgers komen nooit meer via een verkeerde deur binnen maar krijgen altijd antwoord. Overigens wil dit niet zeggen dat gemeenten voor burgers of bedrijven de énige „antwoordgever‟ zijn.

 

Antwoord© sluit aan bij de Verklaring betere dienstverlening, minder administratieve lasten met de elektronische overheid en de visie van de commissie Jorritsma d.d. juni 2005, welke in het kabinetsbesluit „één overheidsloket voor de burger‟ d.d. 8 juli 2005 is verwoord. Informatie wordt overheidbreed gedeeld en gebruikt waardoor „niemand meer van het kastje naar de muur wordt gestuurd‟ en „Het KCC van de gemeente wordt het portaal voor  producten en diensten van de overheid en daarmee samenhangende producten en diensten van de ketenpartners.‟ Informatie voor bedrijven die via het één overheidsloket Antwoord voor Bedrijven is verzameld, is beschikbaar voor gemeenten en andere geïnteresseerde partijen. 

 

De eerste stap die wordt gezet is de ontwikkeling van Antwoord© bij gemeenten. Gefaseerd en in overleg wordt dit uitgebreid naar andere overheidslagen. Consequenties van dit streven is dat het concept in nauwe samenhang met de processen en systemen binnen de overheidsketen wordt ontwikkeld. De bouwstenen van de eOverheid, te beginnen met de in dit NUP genoemde lijst, zijn randvoorwaardelijk voor het slagen van Antwoord© in zijn geheel. Immers: front- en back-office zijn nauw verweven, zonder de juiste informatie op de juiste plek is er geen Antwoord©. Voor het proces van invoering is randvoorwaardelijk dat de invoering van Antwoord© ondersteund wordt, zowel technisch als organisationeel.

 

Een gemeente heeft de Antwoord content in gebruik als medewerkers van het KCC toegang hebben tot de Antwoord© contentcollectie en deze gebruiken om vragen van burgers en bedrijven te beantwoorden. Rijk, Waterschappen en provincies leveren informatie (content) aan aan de kennisbank van Antwoord (=contentvoorziening) opdat gemeenten deze content in hun KCC kunnen gebruiken. Gemeenten richten een Antwoord©-KCC in dat ook is aangesloten op het 14+netnummer

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein:

● 31-12-2009: alle 100.000+ gemeenten hebben een KCC, dat ook is aangesloten op het 14+nummer

● Informatie over producten van provincies en waterschappen wordt door deze organisaties, via de contentvoorziening van het rijk, geleverd aan de gemeentelijke klantcontactcentra

 

burger DigiD is een gemeenschappelijke voorziening van en voor de overheid om elektronisch de identiteit te verifiëren van burgers en bedrijven die gebruik maken van overheidsdiensten. Een burger of een bedrijf kan met zijn eigen –unieke- DigiD via

internet communiceren en transacties afhandelen met een groot aantal verschillende overheidsinstellingen. Men hoeft dus niet voor iedere overheid apart inloggegevens aan te vragen en te onthouden: één gebruikersnaam en wachtwoord voldoen. De overheid kan op haar beurt de identiteit van de gebruiker van haar diensten controleren. DigiD voorkomt dus dat iedere overheidsinstelling een eigen authentificatiesysteem moet ontwikkelen en draagt daardoor bij aan de efficiëntie van de overheid. 

 

Steeds meer overheidsorganisaties sluiten aan op DigiD. Op 21 maart 2008 waren 341 publieke instellingen op DigiD voor burgers aangesloten, waarvan 316 gemeenten, twee provincies (Limburg en Zeeland) en vier waterschappen. Ook waren er 17 uitvoeringsorganisaties aangesloten, waaronder Belastingdienst, Kadaster, UWV, CWI, SVB, IB-groep, CIBG, politiekorps Rijnmond en een aantal zorginstellingen (pilot). Naast DigiD-basis beveiligingsniveau (gebruikersnaam en wachtwoord) is DigiD-midden (gebruikersnaam, wachtwoord + SMS) beschikbaar. DigiD is alleen beschikbaar voor burgers die zijn ingeschreven in de GBA. Onderzocht wordt of met de totstandkoming van de RNI DigiD beschikbaar kan worden gesteld voor niet-ingezetenen, en of er eventueel tussenoplossingen zijn. Onderzocht is wat de mogelijkheden zijn van zgn. revocatie (het intrekken van een DigiD inlogcode voor overleden mensen). Een signaal van overlijden kan worden verkregen door een uitbreiding van de koppeling met de GBA. In een volgende release van DigiD zal dit worden gerealiseerd. 

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein:

● Per 1-6-2009 toepassing van DigiD-burger voor alle overheidsdienstverlening waarbij elektronische identificatie vereist is.

● Afgesproken wordt dat het DigiD-gebruik door burgers door overheidsinstanties zoveel mogelijk gestimuleerd wordt.

● Afgesproken wordt dat ander bestaande elektronische identificatiemiddelen voor burgers worden uiterlijk 1-6-2009 door DigiD burgers vervangen.

 

Gemeenschappelijke machtigings- en vertegenwoordigingsvoorziening (GMV) Burgers en bedrijven willen zich soms in communicatie met de elektronische overheid laten vertegenwoordigen door een ander, een andere burger of een zakelijke relatie die namens hen optreedt: een vertegenwoordiger. Datzelfde geldt ook voor bedrijven: de directeur treedt niet altijd op richting elektronische overheid, maar een door hem of haar gemachtigde. Datzelfde geldt overigens ook voor het verkeer binnen de (semi-)overheid. Doel van het Gemeenschappelijke machtigings- en vertegenwoordigingsvoorziening (GMV) is burgers en bedrijven mogelijk te maken om op een uniforme wijze hun vertegenwoordiging digitaal te regelen.

 

De GMV wordt uiteindelijk een generieke voorziening die bedoeld is om de machtigingen van de burger voor transacties met alle elektronische overheden mogelijk te maken.

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein:

● Voorziening is overheidsbreed gereed voor machtiging burgergemachtigde voor transacties met de overheid op 1-1-2010

 

Alle betrokken partijen erkennen de noodzaak van authenticatiemiddelen voor transacties tussen bedrijven en overheid. Om te voorkomen dat iedere overheidsorganisatie zelf authenticatiemiddelen blijvend gaat uitgeven, danwel besluit niet over te gaan tot de mogelijkheid van elektronische transacties voor bedrijven, komt het rijk op korte termijn met voorstellen hoe in deze behoefte te voorzien. Naast de mogelijkheid om alsnog met een vergelijkbaar overheidsmiddel als DigiD burger te komen, zal het rijk daarbij bezien of markt- en bedrijfsmiddelen kunnen worden ingezet op een manier dat aansluitende overheden geen last hebben van het naast elkaar gebruiken van verschillende authenticatiemiddelen

 

Aan aanbieders van marktmiddelen voor elektronische herkenning wordt de mogelijkheid geboden om één sleutel aan gebruikers te verkopen die op vele sloten bij de overheid past. Aan de hand van een aantal concrete voorbeelden van elektronische dienstverlening van overheden en bedrijven wordt de behoefte aan oplossingen bij diverse e-Overheidsdienstverleners in kaart gebracht. Hierbij wordt nauw aangesloten bij het programma Antwoord voor Bedrijven. Het programma van eisen op basis van de inventarisatie kan in het najaar van 2008 gereed zijn, zodat eind 2008 verschillende aanbieders van marktmiddelen aangesloten kunnen zijn. Vooruitlopend hierop starten meerdere pilots (mogelijk zijn: keten export landbouwgoederen, Belastingdienst, evt. e-Verklaring omtrent Gedrag Justitie). 

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein: 

● Om te voorkomen dat iedere overheidsorganisatie zelf authenticatiemiddelen blijvend gaat uitgeven, danwel besluit niet over te gaan tot de mogelijkheid van elektronische transacties voor bedrijven, komt het rijk op korte termijn met voorstellen hoe in deze behoefte te voorzien. Naast de mogelijkheid om alsnog met een vergelijkbaar overheidsmiddel als DigiD-burger te komen, zal het rijk daarbij bezien of markt- en bedrijfsmiddelen kunnen worden ingezet op een manier dat aansluitende overheden geen last hebben van het naast elkaar gebruiken van verschillende authenticatiemiddelen.

 

Het Burgerservicenummer (BSN) is een uniek persoonsnummer dat gelijk is aan het sofinummer. Het BSN moet gebruikt worden voor de uitwisseling van gegevens door overheidsorganen en andere. Het leidt tot efficiënte en betrouwbare uitwisseling van persoonsgegevens tussen burger en overheid en tussen overheidsorganisaties. Het BSN draagt bij aan de bestrijding van identiteitsfraude en helpt de administratieve lasten voor burgers terug te dringen en is één van de instrumenten om tot eenmalige gegevensverstrekkking en stroomlijning van basisgegevens te komen. 

 

Het BSN is op 26 november 2007 ingevoerd. Vanaf dat moment dienen overheidsorganisaties verplicht gebruik te maken van het BSN. Alle gemeenten (als uitgevende instantie van het burgerservicenummer) zijn aangesloten op de beheervoorziening BSN voor het stellen van de presentievragen, -verificatievragen en het ophalen van BSN-voorraden. Momenteel heeft krap de helft van de gemeenten de online-functionaliteit (webservices) geïmplementeerd. Het overgrote deel maakt nog gebruik van de GBA-berichtenbox functionaliteit. Alle verificatievragen worden online afgehandeld.

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein:

● In 2010 worden door alle gemeenten de presentievragen online gesteld.

● In 2010 stellen alle BSN-gebruikers die vallen onder werking van het NUP in voorkomende gevallen de verificatievragen aan de Beheervoorziening BSN.

 

Basisregistraties hebben tot doel om administratieve lastenverlichting te realiseren. Dat gebeurt door middel van het principe “eenmalige gegevensverstrekking, meervoudig gebruik”, hetgeen inhoudt dat als een burger zijn gegevens eenmaal bij de overheid heeft aangeleverd, hij dat niet nog een keer hoeft te doen. Per basisregistratie wordt een wet aangenomen waarin beschreven staat welke gegevens authentieke gegevens zijn. Authentieke gegevens bezitten de volgende kenmerken: verplicht gebruik: authentieke gegevens moeten verplicht door iedere overheidsinstantie worden gebruikt; terugmeldplicht: indien een afnemer een fout ontdekt dan mag hij afwijken van het authentieke gegeven in de basisregistratie, maar dan moet hij dit terugmelden aan de basisregistratie; onderzoeksplicht: de basisregistratie heeft als plicht het teruggemelde gegeven te onderzoeken, de afnemer heeft als plicht de uitkomsten van dat onderzoek over te nemen, ook al wijken die af van wat de afnemer zelf vindt;

 

Op langere termijn is de intentie dat de burger zijn gegevens daadwerkelijk maar één keer hoeft te verstrekken aan de overheid. We zouden dan kunnen spreken van een „weigeringsrecht‟: de burger of het bedrijf mag dan weigeren om zijn gegevens aan een overheidsinstantie aan te leveren als hij mag aannemen dat deze gegevens bij de overheid bekend zijn. Dat laatste leidt voor de burger of het bedrijf direct tot administratieve lastenverlichting. 

 

In het NUP wordt afgesproken om die basisregistraties te prioriteren die de meeste inspanning van de bestuurlagen vereisen. Deze basisregistraties bekijken in hoeverre het mogelijk is om de afname van gegeven meer op elkaar af te stemmen, het zogenaamde stelsel van basisregistraties. Het gaat hier soms om basale, maar wel noodzakelijke zaken, zoals overeenstemming over gebruikte karaktersets, maar ook over complexere zaken: is het mogelijk één afnamepunt in te richten waar alle afnemers terecht kunnen, waar kunnen vragen over het stelsel beantwoord worden en hoe richt ik mijn basisregistratie juridisch correct in. Op dit moment zijn al deze zaken bij twee organisaties ondergebracht: het Kenniscentrum en het OverheidsDienstenPlatform (ODP). Om een betere invulling te geven aan de regiefunctie wordt volgend jaar een Servicepunt Basisregistraties ingericht dat zich meer gaat richten op de afnemers en alle noodzakelijke taken van het stelsel van basisregistraties in zich verenigd

 

De Gemeentelijke Basisregistratie Personen (GBA) voorziet in een databestand van in beginsel alle in Nederland woonachtige burgers. Elke gemeente actualiseert en beheert de gegevens in het GBA voor de eigen inwoners. Met de invoering van de GBA als basisregistratie wordt gerealiseerd dat de GBA voor alle bestuursorganen de enige en unieke bron van persoonsgegevens van Nederlandse ingeschrevenen wordt.

 

De regelgeving voor de GBA als basisregistratie is in werking getreden op 1 april 2007 en wordt tot 2010 ingevoerd binnen de gehele overheid.  In de gewijzigde wet GBA is de bepaling opgenomen dat het Ministerie van BZK bij ministeriële regeling afnemers aanwijst waarvoor de verplichtingen voor 2010 gelden. Deze aanwijzing is aan de orde zodra is vastgesteld dat de afnemer daadwerkelijk aan de verplichtingen voldoet. Na de inrichting van het verplicht gebruik en de terugmeldplicht krijgt een bestuursorgaan de aanwijzing en de autorisatie voor de Terugmeldvoorziening. Vooralsnog is deze “Terugmeldvoorziening” een specifiek voor de GBA ontwikkelde oplossing. Op termijn komt immers de generieke Terugmeldfaciliteit van het ODP (Overheidsdienstenplatform) ter beschikking.

 

Per 1 januari 2010 moeten de volgende punten gerealiseerd zijn:

● Alle betrokken publiekrechtelijke organisaties die wettelijke taken uitvoeren en daarbij persoonsgegevens gebruiken, moeten zijn aangesloten op de GBA.

● Ze zijn verplicht de authentieke gegevens uit de GBA te gebruiken en bij gerede twijfel over de juistheid van dit authentieke gegeven dit terug te melden.

● Alle betrokken organisaties hebben hun eigen organisatie zodanig ingericht dat ze burgers slechts eenmalig bevragen

● Tevens zijn ze in staat om terugmeldingen adequaat af te handelen.

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein: 

● Uitgaande van de centrale rol die de GBA speelt in de basisinfrastructuur van de e-overheid en het stelsel van basisregistraties in het bijzonder, zullen BZK en de VNG in een bestuurlijk besluit voor 1-12-2008 bezien hoe de verdere uitvoering van de modernisering GBA gerealiseerd kan gaan worden;

● Alle bestuursorganen die verplicht moeten gaan terugmelden moeten voor 1 januari 2010 een aanwijzing aanvragen;

● Op 1 januari 2010 zijn alle overheidsorganen die bij de uitvoering van hun publiekrechtelijke taken persoonsgegevens nodig hebben,  aangesloten op GBA-V en/of het GBA-netwerk.

 

Het is de bedoeling om naast de mensen die in Nederland wonen (of er sinds 1994 gewoond hebben) ook mensen die hier niet wonen (niet-ingezetenen), op te nemen in de bevolkingsboekhouding (GBA). De GBA wordt uitgebreid met een Registratie Niet Ingezetenen (RNI) die een band hebben met de Nederlandse overheid. Bij registratie in de RNI wordt aan niet-ingezetenen een burgerservicenummer (BSN) toegekend. Hiermee ontstaat, in combinatie met de GBA, een sluitend stelsel van registratie van natuurlijke personen. De RNI wordt ondergebracht in het GBA-stelsel en zal ook een formeel wettelijke grondslag krijgen in de Wet Basisregistratie personen

 

De uitbreiding van de GBA tot een registratie van ingezetenen en niet-ingezetenen moet zijn grondslag vinden in wetgeving. Het streven is om het wetsontwerp in de loop van 2009 aan te kunnen aanbieden. In 2011 moet de RNI operationeel zijn. 

 

I.h.k.v. NUP te maken afspraken:

● In 2010 zijn alle voorbereidingen gereed om de RNI in 2011 (indien de wet is aangenomen) te implementeren.

 

In het Handelsregister worden alle ondernemingen en rechtspersonen in Nederland geregistreerd. De Kamer van Koophandel beheert het register. Het Nieuw Handelsregister wordt uitgebreid met publiekrechtelijke rechtspersonen en categorieën ondernemingen die nu nog niet in het Handelsregister zijn opgenomen (vrije beroepen bv.).

Alle overheden worden verplicht aangesloten op het stelsel in een tijdsbestek van 2008 – 2014. Alle ondernemingen en rechtspersonen hoeven hun gegevens dan nog maar één keer te verstrekken aan de KvK.

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein: 

● Alle overheden worden verplicht aangesloten op het stelsel in een tijdsbestek van 2008 – 2014. 

● EZ bepaalt bij ministeriele regeling datum verplicht gebruik voor gemeenten 

 

De BAG is een door gemeenten bijgehouden basisregistratie met gegevens over gebouwen en adressen die alle overheden vervolgens afnemen.

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein: 

● aansluiting door alle gemeenten per 1-7-2009

● per 1-7-2011 gebruik BAG gerealiseerd door alle overheidsdiensten

 

De basisregistratie Topografie is de unieke bron voor alle topografische kaarten met een schaal van 1:10.000 en later ook voor bestanden op kleinere schaal. Alle overheidsorganisaties kunnen daardoor makkelijk met elkaar geografische informatie uitwisselen.

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein:

● Verplichte aansluiting van alle overheidslagen per 1-1-2009

● Alle bestuurslagen verrichten onderzoek naar mogelijke vormen van gebruik basisregistratie en nemen de relevante processen intern in gebruik

 

In de basisregistratie Kadaster staan percelen, eigendom, hypotheken en zelfstandige beperkte rechten, zoals erfpacht, opstal en vruchtgebruik, of leidingnetwerken. De kadastrale kaart behoort ook tot de basisregistratie Kadaster. Hierop wordt het perceel afgebeeld met een perceelsnummer. Ook de grenzen van rijk, provincies en gemeenten zijn hierop weergegeven.

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein:

● Verplichte aansluiting van alle overheidlagen per 1-1-2009

● Alle bestuurslagen verrichten onderzoek naar mogelijke vormen van gebruik basisregistratie en nemen de relevante processen intern in gebruik.

 

De Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN) plus de grootschalige topografie van de topografie-producerende gemeenten (TPG) en plus bepaalde brongegevens van Rijkswaterstaat, Prorail, Provincies en Waterschappen zullen als Basisregistratie Grootschalige Topografie BGT (voorheen GBKN) worden aangewezen door de minister van VROM. 

 

In het kader van het NUP wordt afgesproken voor eind 2010 de volgende stappen te zetten op dit terrein: 

● Begin 2009 zullen nadere afspraken gemaakt worden over op te leveren resultaat eind 2010

 Verplichte aansluiting 1-1-2012 (afhankelijk van besluitvorming)

 

 

     

  LINKDOCUMENT

 

 

     

   LINKDOCUMENT   ! FOUT LINKROT FOUT !

 

 

 

     

  LINKDOCUMENT

 

 

 

   RIJKSBELEID

 

 

  BZK MINISTERIE VAN

 

 

 

  Digitaal 2017

 

 

 

 

 

 

   Visiebrief digitale overheid 2017

DIGIO 23-05-2013

 

In het regeerakkoord is de doelstelling opgenomen dat de dienstverlening door de overheid beter moet. Bedrijven en burgers kunnen uiterlijk in 2017 zaken die ze met de overheid doen, zoals het aanvragen van een vergunning, digitaal afhandelen. In deze brief zal ik uiteenzetten hoe deze doelstelling voor de burgers aangepakt wordt. Voor bedrijven is dit al aan de orde geweest in onder andere de Digitale Agenda en de brief over vermindering van regeldruk. Bovendien wordt de Tweede Kamer voor de zomer door de minister van Economische Zaken via de beleidsbrief «Doorbraken met ICT» geïnformeerd over inzet van ICT als doorbraaktechnologie voor innovatie en economische groei, alsmede voor een betere overheidsdienstverlening aan bedrijven en regeldrukreductie.

«De overheid» is het geheel aan bestuursorganen van de Rijksoverheid, gemeenten, provincies en waterschappen. De zinnen in het regeerakkoord betekenen een forse ambitie voor al deze overheden, maar ook een kans om met een gezamenlijke en effectieve aanpak te komen tot:

a. een aantoonbare verbetering in kwaliteit van digitale overheidsinformatie en overheidsdienstverlening, met aandacht voor die mensen die (nog) minder digivaardig zijn;

b. aanzienlijk minder administratieve lasten voor burgers;

c. belangrijke efficiencywinsten waardoor onder meer departementale taakstellingen makkelijker gehaald kunnen worden.

 

Om zaken te kunnen doen met de overheid is het allereerst noodzakelijk dat de overheid alle voor burgers relevante informatie digitaal beschikbaar maakt. Veel informatie over overheidsdiensten is al op internet te vinden via overheid.nl. Deze informatie wordt uitgebreid en verbeterd.

De openbaarheid van bestuur wordt vergroot door meer informatie actief openbaar te maken via internet. In de motie Voortman is hier recent nog om gevraagd. Dit sluit aan bij het lopende initiatief «Open Overheid» en het bestaande traject om aanbod en gebruik van open data te vergroten. Dit laatste onderwerp laat zien dat digitalisering bij de overheid ook kansen kan bieden aan het bedrijfsleven. Er zal voor de zomer een overheidsbreed actieplan «Open Overheid» aan uw Kamer worden toegezonden dat maatregelen bevat om meer overheidsinformatie via internet te ontsluiten. Het actieplan zal een belangrijke impuls geven aan het aanbod van open data.

 

De algemene bekendmakingen en kennisgevingen die de overheid publiceert zijn al voor een deel gedigitaliseerd. Sinds 2009 verschijnen Staatscourant, Staatsblad en Tractatenblad in elektronische vorm, en met ingang van 2014 zullen ook decentrale overheden hun regelgeving in een digitaal gemeenteblad, provinciaal blad of waterschapsblad bekendmaken. Voor andere algemene bekendmakingen en kennisgevingen is uitsluitend digitaal publiceren alleen toegestaan als dat uitdrukkelijk wettelijk is geregeld. Dat betekent dat voor algemene bekendmakingen en kennisgevingen publicatie in dag- of huis-aan-huisbladen, al dan niet in combinatie met ter-inzage-legging in een overheidsgebouw, nog steeds de gebruikelijke weg is. Door ook hier digitale bekendmaking en kennisgeving te verplichten, met gebruik van open standaarden, wordt informatievoorziening op maat mogelijk, waarbij burgers de mogelijkheid hebben om zich elektronisch te laten attenderen op berichten waarvoor specifieke belangstelling bestaat. Het kabinet neemt het initiatief om dit in de Algemene wet bestuursrecht mogelijk te maken.

 

Voor burgers staan nu verschillende kanalen open om met de overheid in contact te treden: per post, aan de balie, per telefoon, via internet, of via e-mail. Dit wordt aangeduid als de «multikanaal benadering». De overheid bepaalt welk kanaal voor welke dienst wordt opengesteld. In de toekomst krijgen burgers meer mogelijkheden om voor het digitale kanaal te kiezen. Daartoe krijgen zij het recht op elektronisch zaken doen. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor Nederlanders die in het buitenland wonen en voor buitenlanders die in Nederland verblijven. Het kabinet neemt het initiatief om de Algemene wet bestuursrecht hierop aan te passen.

 

Het gebruik van het digitale kanaal door burgers zal krachtig worden gestimuleerd. Met de andere overheden zullen dienstverleningsprocessen worden geselecteerd waarbij het digitale verkeer nog sterk kan worden vergroot. Daarbij maken we optimaal gebruik van de projecten die in onder andere het kader van de Digitale Stedenagenda lopen en de samenwerking zoals die is vervat in het convenant «Smarter Cities» dat door de minister van Economische Zaken namens het Rijk is afgesloten met de G32. Dienstverleningsprocessen waarbij het gebruik sterk achterblijft bij de digitale mogelijkheden zullen samen met de eindgebruikers worden opgepakt, ondermeer in het ICT doorbraakproject «massaal digitaal». Over de verdere uitwerking van de ICT doorbraakprojecten wordt de Tweede Kamer door de minister van Economische Zaken geïnformeerd via de beleidsbrief «Doorbraken met ICT»

 

Nu is nog in de Algemene wet bestuursrecht geregeld dat elektronisch berichtenverkeer met de overheid alleen mogelijk is indien de desbetreffende overheidsorganisatie zich daarvoor openstelt. Deze regeling zal worden gewijzigd, met als uitgangspunt dat burgers en bedrijven de mogelijkheid krijgen om schriftelijk verkeer met de overheid langs digitale weg te laten plaatsvinden. Het kabinet neemt het initiatief om de Algemene wet bestuursrecht hierop aan te passen. Daarbij zal wel de mogelijkheid blijven bestaan om eisen te stellen aan de elektronische weg, met het oog op de betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van het verkeer met de overheid.

 

Burgers moeten de post van alle overheden elektronisch kunnen ontvangen in een veilige berichtenbox waarin de berichten op overzichtelijke wijze toegankelijk zijn. Op dit moment bestaan er twee berichtenboxen, één voor burgers en één voor bedrijven. Het is een wens van het kabinet om het op termijn mogelijk te maken om deze berichtenboxen aan elkaar te koppelen en in de toekomst naar elkaar toe te laten groeien. Het overgrote deel van de overheidsorganisaties is al aangesloten op de berichtenbox voor bedrijven, en in het kader van het NUP (nationaal uitvoeringsprogramma dienstverlening e-overheid) is afgesproken dat alle overheden zullen aansluiten op de berichtenbox voor burgers via de portal mijn.overheid.nl. Op dit moment wordt van beide berichtenboxen nog niet intensief gebruik gemaakt, door zowel burgers, bedrijven, als overheidsorganisaties. In samenwerking met uitvoeringsorganisaties als de Belastingdienst en de Kamer van Koophandel zal het gebruik van beide berichtenboxen intensief worden gestimuleerd.

 

De Nationale ombudsman, het Rathenau instituut en de WRR pleiten terecht voor een versterkte informatiepositie van de burger, naast de versterkte informatiepositie van de overheid. Burgers moeten eenvoudig kunnen zien welke gegevens over hen zijn vastgelegd en aan wie deze worden verstrekt. Daarnaast moeten zij de mogelijkheid hebben om fouten te (laten) corrigeren. Een belangrijke stap daartoe is om burgers via MijnOverheid inzage te geven in de kerngegevens die overheden over hen vastleggen, met de mogelijkheid om online correcties door te geven. Hiermee wordt verder invulling gegeven aan het inzage- en correctierecht uit de Wet bescherming persoonsgegevens. Dit vraagt om ICT-voorzieningen, maar ook om vertrouwensafspraken tussen de verschillende overheidsorganisaties. Zoals mijn voorganger al heeft aangekondigd in haar brief d.d. 28 september 2012 (Kamerstuk 26 643, nr. 254) ontvangt u medio 2013 een plan van aanpak over het verstrekken van het inzage- en correctierecht voor burgers voor wat betreft de GBA. Hiermee kom ik tegemoet aan de eisen uit de Wet bescherming persoonsgegevens en aan het bezwaar van burgers die kritisch staan ten opzichte van digitalisering van hun persoonsgegevens omdat dit ten koste zou gaan van hun privacy.

 

De lessen uit het DigiNotarincident, maar ook na Lektober en de recente Ddos-aanvallen op DigiD laten zien dat het beveiligen van informatie en de beschikbaarheid van de digitale dienstverlening urgent en blijvend op de agenda moeten staan. Bestuurders en topmanagers in het openbaar bestuur moeten zich hiervan bewust zijn. Om dit bewustzijn en de kennis over informatieveiligheid bij deze groep te verbeteren en te borgen is de taskforce Bestuur en informatieveiligheid dienstverlening ingericht. Voor de komende twee jaar gaat deze taskforce de ministeries, uitvoeringsorganisaties, gemeenten, provincies en waterschappen bijstaan bij het verbeteren van hun bewustzijn van informatieveiligheid. Daarbij is specifieke aandacht voorzien voor de afzonderlijke ketens waarbinnen informatie-uitwisseling plaatsvindt (Kamerstuk 26 643, nr. 269)

 

DigiD heeft inmiddels 10 miljoen aansluitingen en het gebruik ervan neemt steeds verder toe. Daarmee is dit een basisvoorziening geworden die de digitale toegang van burgers tot de e-overheid vormt, zoals e-Herkenning dat is voor bedrijven. Dat betekent ook dat er continue aandacht moet zijn voor de veiligheidsmaatregelen, alsmede voor de kans op misbruik van bijvoorbeeld DigiD bij fraude.

DigiD kent verschillende betrouwbaarheidsniveaus. Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van DigiD-Midden, waarbij gebruikersnaam en wachtwoord moeten worden aangevuld met een SMS-code. Door onder meer extra eisen te stellen aan de wachtwoorden en de beschikbaarheid van een bijzonder veilige infrastructuur heeft DigiD een hoge mate van veiligheid.

Met het doel van een digitale overheid in 2017 in het achterhoofd, en rekening houdend met nieuwe regelgeving uit de EU, nieuwe technologische ontwikkelingen en de noodzaak van betere beveiliging moeten we vooruitkijken naar een zwaardere vorm van authenticatie dan DigiD. In de Nationale Cyber Security Strategie (NCSS I) is voorzien dat een authenticatiemiddel met een hoger betrouwbaarheidsniveau wordt gerealiseerd. Gezamenlijk met de medeoverheden, de departementen en enkele uitvoeringsorganisaties werk ik aan het eID-stelsel, dat in 2015 gerealiseerd moet zijn. Hierin wil ik afspraken maken over elektronische identiteit in den brede, voor zowel burgers, bedrijven als professionals. Een stelsel waarin verschillende publieke en private identiteitsdragers van een voldoende hoog veiligheidsniveau naast elkaar kunnen bestaan. Het eID-stelsel zal, conform de NCSS I, een bijdrage leveren aan het vergroten van de weerbaarheid van vitale infrastructuur.

Voorwaarde is dat bestaande voorzieningen als eHerkenning en DigiD zorgvuldig kunnen migreren naar het nieuwe stelsel en dat er sprake is van eerlijke concurrentie tussen de publieke en private voorzieningen binnen het eID-stelsel NL («level playing field»).

 

Aan de kwaliteit van de basisregistraties wordt hard gewerkt en deze registraties kunnen en moeten ook nog beter benut worden. In het kader van het iNUP (implementatie nationaal uitvoeringsprogramma dienstverlening e-overheid) worden in 2014 de laatste voorzieningen opgeleverd waardoor de kern van het stelsel van basisregistraties (met onder andere de gemeentelijke basisadministratie, de basisregistratie adressen en gebouwen en het handelsregister) werkt. Veel overheidsorganisaties moeten deze voorzieningen dan nog (optimaal) gaan benutten. Er lopen op dit moment al de nodige trajecten om dit gebruik te bevorderen, ondermeer als onderdeel van het iNUP. Daarnaast komt het thema versnelde inzet van basisregistraties aan de orde in de Hervormingsagenda Rijksdienst, die de minister voor Wonen en Rijksdienst (W&R) op korte termijn naar uw Kamer zal sturen. Hierin zal ondermeer aandacht zijn voor de implementatie van basisvoorzieningen binnen de Rijksoverheid.

Daarnaast wordt in dat kader de mogelijkheid onderzocht om de burger een recht te geven op het slechts eenmalig hoeven aanleveren van gegevens aan organisaties van de Rijksoverheid. In het onderzoek zal uiteraard rekening worden gehouden met eisen die voortvloeien uit de Wet bescherming persoonsgegevens.

 

Het is belangrijk dat we met elkaar verder bouwen aan wat er al loopt op het terrein van de basisinfrastructuur. Afspraken uit het iNUP worden uitgevoerd en waar mogelijk versneld. Burgers verwachten één overheid en daarbij hoort eenduidigheid en hergebruik van generieke voorzieningen. Bovendien bevordert een generieke basisinfrastructuur veiligheid en stabiliteit in ketens. Tenslotte is hergebruik van een generieke basisinfrastructuur goedkoper.

 

Het (door)ontwikkelen, in gebruik nemen en beheren van de basisinfrastructuur vraagt om continue investeringen. Investeringen die zich terugverdienen bij alle overheden, die immers op deze infrastructuur hun diensten kunnen verlenen. Het is daarom onwenselijk en het kost onnodig veel geld als overheden zelf hun eigen basisinfrastructuur bouwen. De huidige wijze van financiering lijkt een effectieve en efficiënte implementatie en doorontwikkeling in de weg te staan. In de aanpak op weg naar de digitale overheid 2017 zal ik samen met de betrokken departementen en de medeoverheden kijken naar een andere wijze van financiering voor die voorzieningen die generiek bruikbaar moeten zijn voor iedereen, met maximale prikkels voor gebruik door alle overheidsorganisaties.

 

Als minister van BZK pak ik deze zaken op vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid voor de e-overheid voor burgers. De minister voor W&R zal daar vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de Rijksdienst een stevige invulling aan geven binnen de sector Rijk, en zal uw Kamer hierover informeren in de Hervormingsagenda Rijksdienst. Vanzelfsprekend ben ik ook voortdurend in verbinding met de minister van EZ, die verantwoordelijk is voor de e-overheid voor bedrijven.

 

De komende periode ga ik met hen, met andere individuele overheden, met bestaande netwerken en met de koepelorganisaties aan de slag om gezamenlijk een roadmap te maken op weg naar 2017. Ik streef ernaar om deze in oktober samen met de medeoverheden vast te stellen in de Bestuurlijke Regiegroep, en de roadmap daarna namens het kabinet aan uw Kamer te presenteren.

 

     

  LINKDOCUMENT

 

 

     

  NAARINDEX

 

 

 

 

 

 

   RIJKSBELEID

 

   BZK MINISTERIE VAN

 

   Implementatieagenda iNUP

NUPEO  24-12-2015

 

ONBEKEND

 

     

   LINKDOCUMENT   Ter inzage gelegd

 

 

     

   LINKDOCUMENT

 

 

 

   Eindrapport iNUP

DIGID 24-12-2015

 

     

   LINKDOCUMENT

 

 

 

 

     

  NAARINDEX

 

 

 

 

 

 

   RIJKSBELEID

 

   BZK MINISTERIE VAN

 

 

  eID Beleid